Pedagogisch klimaat

Preventief

Op De Klim werkt elke leerkracht preventief aan de ontwikkeling van positief gedrag bij leerlingen.  
Op deze manier wordt pestgedrag zoveel mogelijk voorkomen en wordt gestimuleerd dat leerlingen met plezier naar school gaan. Van de leerkracht wordt het volgende verwacht:
-Leerlingen een hand geven bij binnenkomst en vertrek.
-Tijdens de eerste weken van het schooljaar worden de algemene omgangsvormen klassikaal besproken. Met behulp van deze omgangsvormen worden gezamenlijk klassenregels opgesteld. Iedere leerling zet hier letterlijk of figuurlijk zijn handtekening onder. De leerkracht kan leerlingen nu situatief aanspreken op deze regels. De regels komen in de klas te hangen.
De omgangsvormen zijn:
                                     -We spelen en werken samen
                                     -We zijn aardig voor elkaar
                                     -Ik ben ik en jij bent jij
                                     -We luisteren goed naar elkaar
                                     -We lossen conflicten samen op
                                     -We zijn zuinig op alle spullen
-Voorspelbare omgeving: er hangt een dagplanning op het bord (gele kaartjes). In de bovenbouw hangt ook een weekplanning.
-Op de Klim hebben we Kinder-Anmbassadeurs.
-Leerproblemen worden tijdig gesignaleerd en zo nodig besproken met de gedragsspecialist of IB-er. Elke groep heeft met de IB-er twee keer per jaar een groepsbespreking. Deze zijn in september/oktober en januari/februari.
-Startgesprekken in de eerste weken na de zomervakantie met ouders om de onderwijsbehoeften van leerlingen helder te krijgen.
-Groepsoverdracht met de vorige leerkracht om de onderwijsbehoeften van leerlingen helder te krijgen.
-De leerkracht laat voorbeeldgedrag zien.
-De leerkracht is op de hoogte van de fasen van groepsvorming en de daarbij horende onderwijsbehoeften. Op deze manier houdt de leerkracht rekening met de onderwijsbehoeften die bij elke fase horen.  
-De leerkracht heeft hoge verwachtingen van leerlingen en spreekt deze zo nodig uit.
-Gewenst gedrag bekrachtigen.
-Tijdens de themaopdrachten wordt ‘samenwerken’ aangeleerd.
-Er worden lessen gegeven uit de map: "Sociaal gedrag elke dag!", die aansluiten bij de fase van groepsvorming.
-De leerkracht werkt samen met ouders.      

Curatief  
ZIEN! en Groeps- en onderwijsplan gedrag

-Het sociaal-emotioneel leerlingvolgsysteem ZIEN! wordt door iedere leerkracht ingevuld.
-Met behulp van ZIEN! wordt het groepsplan gedrag ingevuld. Er wordt besloten aan welke sociaal-emotionele competenties gewerkt gaat worden. Doelen worden positief gesteld aan de hand van de uitslag van ZIEN! en de onderwijsbehoeften die horen bij de groepsfase waar de groep zich in bevindt. Ook wordt er gebruik gemaakt van de competenties die leerlingen al goed beheersen.  Het groepsplan gedrag wordt opgesteld voor de hele groep en/of voor kleine groepjes.
-De uitvoering van de doelen wordt door de leerkrachten bedacht met behulp van de map ‘Sociaal gedrag, elke dag’. Ook ZIEN! biedt handvatten.  Het is van belang dat sociaal gedrag aangeleerd wordt.
-Het groepsplan wordt zo nodig met ouders besproken.
-Op het moment dat de doelen behaald zijn, is het aan de leerkracht (in overleg met de IB-er) om te beslissen of een tweede groepsplan wenselijk is (bijvoorbeeld als er nog aan een specifiek doel te werken valt).
-In de laatste periode van het jaar evalueert de leerkracht het groepsplan gedrag. De positieve punten worden overgedragen aan de volgende leerkracht.   De gedragsspecialist zorgt ervoor dat alle leerkrachten weten hoe ZIEN! werkt en hoe het groepsplan gedrag ingevuld moet worden. Daarnaast analyseert de gedragsspecialist jaarlijks resultaten en stelt n.a.v. hiervan verbeterdoelen op.  

Overig: 
-Individuele gedragsproblemen worden met de IB-er besproken. Hier wordt een individueel plan voor opgesteld.
-Jaarlijks wordt bij leerlingen van groep 6/7/8  vragenlijsten afgenomen over betrokkenheid en welbevinden. Eén keer per drie jaar worden ouders en personeel hierin ook meegenomen. De uitslag hiervan wordt in een teamvergadering besproken waarna er verbeterpunten opgesteld worden. De directie, gedragsspecialist en IB-er zorgen ervoor dat deze verbeterpunten meegenomen worden in het beleid, waarna dit met het team geborgd wordt.
-Leerkrachten signaleren pestgedrag. Op het moment dat dit aan de orde is, treedt het anti-pestprotocol in werking.
-De gedragsspecialist is tevens onze pestcoördinator en coördineert het anti-pestbeleid en is vast aanspreekpunt in het kader van pesten.
-Bij de kleuters wordt gebruik gemaakt van het observatieprogramma: KIJK!.